ECLI:NL:GHSHE:2011:BP4383
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- F. van Beuge
- P.A.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring en stuiting bij omkopingszaak vastgoedtransacties
In deze strafzaak gaat het om vermeende omkopingsfeiten in verband met vastgoedtransacties tussen 2000 en 2004. Verdachte wordt beschuldigd van het doen van giften en beloften aan medewerkers van verschillende bedrijven, waarbij deze betalingen zouden zijn verzwegen tegenover hun werkgevers.
De verdediging betoogt dat alle feiten die voor 29 september 2002 hebben plaatsgevonden zijn verjaard en dat verdachte daarom buiten vervolging moet worden gesteld. Het hof onderzoekt het aanvangsmoment van de verjaring per afzonderlijke transactie en beoordeelt of de verjaring is gestuit door vervolgingsdaden.
De advocaat-generaal stelt dat het vorderen van een machtiging tot doorzoeking door de officier van justitie een daad van vervolging is die de verjaring stuit. Het hof oordeelt echter dat deze vordering niet als vervolgingsdaad kan worden aangemerkt, omdat het een onderzoeksmaatregel betreft en niet een formele vervolgingshandeling.
De dagvaarding van verdachte voor de zitting van 6 augustus 2008 is niet rechtsgeldig betekend, waardoor deze niet als stuiting geldt. De dagvaarding voor de zitting van 29 oktober 2008 is wel rechtsgeldig betekend en vormt daarmee de eerste daad van vervolging die de verjaring stuit.
Uiteindelijk stelt het hof verdachte buiten vervolging voor de feiten die zijn verjaard, met name de omkopingstransacties die voor 29 september 2002 hebben plaatsgevonden, en wijzigt de tenlastelegging dienovereenkomstig.
Uitkomst: Verdachte wordt buiten vervolging gesteld voor verjaarde omkopingsfeiten en de tenlastelegging wordt aangepast.