ECLI:NL:GHSHE:2011:BP6666
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Waaijers
- Walsteijn
- Koster-Vaags
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermeende schending geheimhoudingsbeding door werknemer
Crescendo Investment Group Holding I B.V. vorderde in hoger beroep dat het hof oordeelde dat werknemer [X.] het geheimhoudingsbeding en een aanvullende geheimhoudingsverklaring had overtreden. Crescendo stelde dat [X.] vertrouwelijke informatie aan [Z.] had verstrekt, wat onrechtmatig was.
Het hof onderzocht de bewijzen, waaronder e-mails, telefoongesprekken en getuigenverklaringen, en concludeerde dat er onvoldoende concreet bewijs was dat [X.] de vertrouwelijke stukken aan [Z.] had gegeven. Ook de inhoudelijke gesprekken en werkzaamheden van [X.] voor [Z.] na het dienstverband waren onvoldoende onderbouwd als schending van geheimhoudingsplicht.
Het hof verwierp de stellingen van Crescendo en oordeelde dat de geheimhoudingsverplichtingen weliswaar tegenover Crescendo golden, maar dat niet was komen vast te staan dat [X.] deze had geschonden. Het hoger beroep faalde, en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd, met veroordeling van Crescendo in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van Crescendo af wegens onvoldoende bewijs van schending geheimhoudingsplicht door [X.].