ECLI:NL:GHSHE:2011:BP6700
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Pouw
- Veldman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
De zaak betreft het hoger beroep van [X.] tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank had het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat [X.] een deel van zijn schulden niet te goeder trouw had laten ontstaan. Dit betrof onder meer een schuld aan het CJIB voortvloeiend uit een veroordeling voor diefstal en schulden aan energiemaatschappijen gerelateerd aan hennepkwekerijen waarbij onrechtmatig stroom was onttrokken.
[X.] voerde in hoger beroep aan dat hij de schuld aan het CJIB had voldaan en slechts voor één hennepkwekerij strafrechtelijk was veroordeeld, terwijl de andere door derden werd geëxploiteerd. Hij stelde dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden inmiddels onder controle had, mede doordat hij een uitkering ontvangt en een reïntegratietraject wil starten om zijn inkomsten te verbeteren.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 288 lid 1 sub b Fw Pro het verzoek slechts kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat de schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan of onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Hoewel artikel 288 lid 3 Fw Pro een hardheidsclausule bevat die toelating mogelijk maakt indien de schuldenaar de omstandigheden onder controle heeft, heeft [X.] onvoldoende feiten aangevoerd om dit te onderbouwen.
Het hof concludeerde dat gezien het soort schulden en de erkenning dat een deel niet te goeder trouw is ontstaan, het verzoek niet kan worden toegewezen. De door [X.] aangevoerde verbroken relatie vormt onvoldoende grond voor toepassing van de hardheidsclausule. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.