ECLI:NL:GHSHE:2011:BP7442
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Fikkers
- Venhuizen
- Vriezen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslaglegging en gerechtelijke bewaring van verpande machines ondanks betwisting vordering
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis in kort geding betreffende conservatoir beslag tot afgifte van machines die door HAG aan [X.] Europa waren verpand. [X.] Europa had beslag laten leggen vanwege een achterstallige geldlening, terwijl HAG betwistte dat de vordering opeisbaar was vanwege een achterstellingsovereenkomst met de Rabobank.
De voorzieningenrechter had het beslagrekest toegewezen, maar met beperkingen op de dwangsom. Het hof oordeelde dat het beslag in beginsel rechtmatig was omdat het diende ter bewaring van het recht op afgifte van de machines. De discussie over de opeisbaarheid van de vordering was onvoldoende helder om het beslag summierlijk op te heffen.
Het hof nam mee dat het beslag en de inbewaringgeving de bedrijfsvoering van HAG ernstig belemmeren en dat de waarde van de machines de vordering ruim overtreft. Gezien deze belangenafweging vond het hof dat het beslag niet vexatoir was en bevestigde het het vonnis van de voorzieningenrechter.
Ten slotte werd [X.] Europa veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, inclusief wettelijke rente, en werd de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep van [X.] Europa af, waarbij zij in de proceskosten wordt veroordeeld.