ECLI:NL:GHSHE:2011:BP9617
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Gründemann
- Huijbers-Koopman
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling met immateriële schadevergoeding en matiging
In deze civiele zaak vordert [X.] vergoeding van immateriële schade wegens mishandeling door [Y.] en [Z.] op 6 augustus 2003 in een asielzoekerscentrum. De mishandeling bestond uit slaan, schoppen en het bij de keel grijpen van [X.], wat heeft geleid tot ernstige psychische klachten en een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
De rechtbank wees de vordering af, met het oordeel dat het handelen van [Y.] niet aan hem kon worden toegerekend vanwege een hevige gemoedstoestand en dat onvoldoende bewijs bestond dat [Z.] had mishandeld. In hoger beroep oordeelt het hof anders: het staat vast dat [Y.] grof geweld heeft gebruikt en dit handelen is hem wel degelijk toerekenbaar. Ten aanzien van [Z.] blijft het bewijs onvoldoende.
Het hof erkent het causaal verband tussen de mishandeling door [Y.] en de immateriële schade van [X.], maar matigt de schadevergoeding tot €500 vanwege de financiële omstandigheden van [Y.]. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank ten aanzien van [Y.] en bekrachtigt het ten aanzien van [Z.], wijst de vordering tegen [Z.] af en veroordeelt [Y.] tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [Y.] tot betaling van €500 immateriële schadevergoeding aan [X.] en wijst de vordering tegen [Z.] af.