ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0196
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- K. van der Meijde
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijk niet doen van belastingaangiften
Verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging dat hij opzettelijk geen aangifte had gedaan van inkomstenbelasting over 2004 en 2005 en omzetbelasting over de jaren 2003 tot en met 2006. De verdediging voerde aan dat verdachte, analfabeet, door een brief van de belastingdienst uit 2000 in de veronderstelling verkeerde geen aangifte te hoeven doen. Het hof oordeelde echter dat deze brief slechts betrekking had op de jaren 1999 en 2000 en geen vrijstelling gaf voor latere jaren.
Het hof stelde vast dat verdachte de aangiften oningevuld en niet ondertekend had teruggezonden met een begeleidende brief waarin hij verklaarde de schatting aan de belastingdienst over te laten. Dit werd gezien als opzettelijk niet doen van aangifte. Het hof verwierp het verweer dat sprake was van een gerechtvaardigde verwachting dat geen aangifte hoefde te worden gedaan.
Gelet op de ernst van het feit, het fiscale nadeel van meer dan €350.000, en de lange periode van niet-aangifte, legde het hof een gevangenisstraf van 10 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn gezondheid en uitkeringssituatie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens opzettelijk niet doen van belastingaangiften.