ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0526
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Fikkers
- De Klerk-Leenen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en opvolgend vervoer bij verlies van elektronische zending onder CMR-verdrag
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor het verlies van een zending Samsung elektronica tijdens internationaal wegvervoer van Nederland naar Spanje. VGL had opdracht gegeven aan [X.] voor het vervoer, die het vervolgens uitbesteedde aan Trans-Kavila en uiteindelijk aan [Y.], die het vervoer uitvoerde. De beoogde ontvanger weigerde de goederen, waarna onduidelijkheid ontstond over de verdere afhandeling en het lot van de goederen.
De rechtbank wees de vorderingen van VGL af omdat zij [X.] als opvolgend vervoerder kwalificeerde en de vordering op grond van art. 36 jo Pro 37 CMR niet toewijsbaar achtte. Het hof stelde vast dat [X.] noch de goederen, noch de vrachtbrief in ontvangst had genomen en daarom slechts als ondervervoerder kon worden beschouwd, niet als opvolgend vervoerder. Dit heeft gevolgen voor de aansprakelijkheid en de vorderingsmogelijkheden.
Het hof gaf VGL de gelegenheid om haar vorderingsgerechtigdheid te bewijzen, aangezien niet was aangetoond dat VGL schade had geleden of betaling had verricht. Pas na bewijs daarvan kunnen verdere stellingen en verweren worden behandeld. De zaak is aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoor, waarbij het hof de procedure nadere invulling gaf.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat [X.] slechts ondervervoerder is en dat VGL haar vorderingsgerechtigdheid moet bewijzen; de zaak wordt aangehouden voor bewijslevering.