ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ1378
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Pouw
- Veldman
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling op grond van hardheidsclausule na faillissement en problematische schulden
In deze zaak verzocht [X.] om toelating tot de schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank zijn verzoek had afgewezen omdat hij niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De schulden waren ontstaan na de gedwongen sluiting van zijn restaurant en werden mede veroorzaakt door problematisch gedrag en misleiding door een derde, [Y.], die zich voordeed als vriend en hem overhaalde tot aankoop van appartementen.
Het hof heeft in hoger beroep het standpunt van [X.] onderzocht, waarbij hij verklaarde inmiddels gestopt te zijn met drugsgebruik en een stabiele financiële situatie te hebben. Het hof oordeelde dat hoewel niet aannemelijk was dat [X.] te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, hij wel voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen.
Op grond van de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro heeft het hof daarom het vonnis van de rechtbank vernietigd en alsnog de schuldsaneringsregeling toegewezen. Tevens is bepaald dat de griffier van het hof de griffier van de rechtbank Breda informeert voor benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.
Uitkomst: Het hof wijst de schuldsaneringsregeling toe aan [X.] op grond van de hardheidsclausule ondanks het ontbreken van te goeder trouw bij het ontstaan van de schulden.