ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ3579
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Feddes
- Bochove
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid voormalige bewindvoerster in hoger beroep machtigingsprocedure
In deze zaak staat centraal de vraag of de voormalige bewindvoerster [X.] belanghebbende is in de machtigingsprocedure waarbij haar opvolger [Y.] gemachtigd werd om namens [Z.] een gerechtelijke procedure te starten. De procedure betreft aansprakelijkheid voor schade ontstaan door een waterleidingbreuk na afsluiting van gas en elektriciteit wegens betalingsachterstanden.
De kantonrechter verleende de machtiging aan [Y.] en wees [X.] niet aan als belanghebbende. [X.] stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zij wel belanghebbende is en betwistte haar aansprakelijkheid. Het hof overwoog dat de machtiging bedoeld is om de bewindvoerder te beschermen tegen lichtvaardig procederen en niet om toestemming te geven voor het voeren van een procedure namens de rechthebbende, die zelf instemt met het procederen.
Het hof oordeelde dat [X.] niet rechtstreeks in haar rechten of verplichtingen wordt getroffen door de machtiging en daarom geen belanghebbende is in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro. Gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad is zij niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart de voormalige bewindvoerster niet-ontvankelijk in hoger beroep en veroordeelt haar in de proceskosten.