ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4128
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Vriezen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid tussentijds hoger beroep tegen afwijzing voorlopige voorziening inzake afgifte bescheiden
In deze civiele procedure vordert appellant, een houdstermaatschappij, via een voorlopige voorziening op grond van artikel 843a Rv en artikel 223 Rv Pro afgifte van diverse bedrijfsbescheiden van geïntimeerde, waaronder jaarrekeningen, grootboeken en facturen over meerdere jaren.
De rechtbank had deze vordering afgewezen zonder afzonderlijk hoger beroep toe te staan. Appellant stelde dat zij op grond van artikel 337 lid 1 Rv Pro tussentijds hoger beroep kon instellen tegen een voorlopige voorziening. Het hof oordeelt echter dat de vordering tot afgifte van gegevens niet als een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 Rv Pro kan worden aangemerkt, omdat de afgifte onomkeerbaar is en geen voorlopige maatregel voor de duur van het geding betreft.
Verder is het bestreden vonnis een tussenvonnis en is tussentijds hoger beroep daarop uitgesloten zonder toestemming van de rechtbank. Aangezien geen toestemming is verleend, verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van tussentijds hoger beroep tegen afwijzing van voorlopige voorzieningen en benadrukt de noodzaak van expliciete toestemming voor tussentijds hoger beroep bij tussenvonnissen.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het tussentijds hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.