ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ5260
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- B.A. Meulenbroek
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen provisioneel vonnis in huurrechtzaak
In deze huurrechtzaak stond het hoger beroep tegen een provisioneel vonnis centraal, dat was gewezen na een eindvonnis in de hoofdzaak. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest en gaf partijen de gelegenheid stukken te overleggen en hun standpunten kenbaar te maken.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij appellant aanvoerde dat het provisionele vonnis andere gedragingen en dwangsommen bevatte dan het eindvonnis, waardoor het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2009 niet van toepassing zou zijn. Het hof verwierp dit standpunt en overwoog dat een provisionele voorziening slechts een voorlopige maatregel is die met het eindvonnis in de hoofdzaak eindigt.
Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in haar beroep tegen het provisionele vonnis. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het principaal appel, terwijl een kostenveroordeling in het voorwaardelijk incidenteel appel achterwege bleef. Het arrest werd op 3 mei 2011 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het provisionele vonnis en veroordeeld in de proceskosten.