ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ7986
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- T. Rothuizen-van Dijk
- C.N.M. Antens
- P.M. Arnoldus-Smit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over vorderingen aannemer en opdrachtgever bouw woning
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning met een ruwbouwsom van €248.576 en een afwerkingssom van €108.000. De opdrachtgever betrok de woning gedeeltelijk in 2008 en volledig eind 2009. In eerste aanleg werd de aannemer betaling toegekend van hoofdsom en rente, maar de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep richtte de aannemer zich tegen deze afwijzing en vorderde alsnog vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad €1.788. De opdrachtgever stelde een tegenvordering wegens onder meer boete voor te late oplevering en onterecht in rekening gebracht meerwerk, maar kon deze niet zelfstandig vorderen omdat geen eis in reconventie was ingesteld.
Het hof oordeelde dat de buitengerechtelijke incassokosten voorshands aannemelijk en toewijsbaar zijn als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro. De tegenvordering van de opdrachtgever kon niet worden gehonoreerd wegens onvoldoende aannemelijkheid. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het meer of anders gevorderde werd afgewezen en veroordeelde de opdrachtgever tot betaling van €1.788 aan incassokosten, terwijl het vonnis voor het overige werd bekrachtigd.
De opdrachtgever werd veroordeeld in de kosten van het appel. Het arrest werd op 14 juni 2011 door het hof te 's-Hertogenbosch gewezen en direct uitvoerbaar verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de opdrachtgever tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €1.788 en bekrachtigt het vonnis voor het overige.