ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ9885
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.C.A.M. Claassens
- M. Rutgers
- W.J. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens faillissement
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 augustus 2010. Tijdens de regiezitting in hoger beroep werden onderzoekswensen geuit en besloot het hof zeven getuigen te horen. Voordat deze getuigenverhoren plaatsvonden, trok de verdachte zijn hoger beroep in.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep en constateerde dat de verdachte op 3 februari 2009 persoonlijk in staat van faillissement was verklaard, en dat dit faillissement nog niet was afgewikkeld. Hierdoor kunnen vorderingen van benadeelden niet meer in het strafproces worden behandeld, maar alleen via de curator volgens de Faillissementswet.
Het hof overwoog dat de belangen van de benadeelde partijen daarom niet meer aan de orde zijn in het strafproces en dat een schadevergoedingsmaatregel niet kan worden opgelegd. Omdat de verdachte geen belang meer had bij de behandeling van het hoger beroep en het openbaar ministerie geen strafvorderlijk belang had om het hoger beroep voort te zetten, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens lopend faillissement.