ECLI:NL:GHSHE:2011:BR2043
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank en verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Breda inzake de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon [Z.]. De moeder betoogt onder meer dat de rechtbank Breda niet bevoegd was omdat de feitelijke verblijfplaats van [Z.] bij de vader in een andere regio ligt, en dat de verlenging van de maatregelen onterecht is.
Het hof overweegt dat de rechtbank Breda bevoegd is omdat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder is vastgesteld en dat tegen het oordeel over bevoegdheid geen hoger beroep openstaat. De moeder is daarom niet-ontvankelijk voor zover haar beroep daarop is gericht. Verder is de situatie gewijzigd doordat het gezag over [Z.] bij beschikking aan de vader is toegekend, waardoor de machtiging tot uithuisplaatsing is komen te vervallen en de moeder geen belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van haar beroep tegen de verlenging van de machtiging en ondertoezichtstelling.
Het hof wijst ook de verzoeken van de moeder af om een bijzondere curator en onafhankelijk deskundige te benoemen, om de gezinsvoogdij-instelling te vervangen, en om een omgangs- en contactregeling vast te stellen. De moeder heeft geen belang meer bij deze verzoeken nu zij niet langer het gezag heeft en de rechtbank al een informatieregeling aan de vader heeft opgelegd.
De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen de bevoegdheid van de rechtbank en haar overige verzoeken worden afgewezen. De beschikking van de rechtbank Breda blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk voor het beroep tegen de bevoegdheid van de rechtbank en wijst haar overige verzoeken af.