ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6098
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C. van der Vegt
- J. Swinkels
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag loonbelasting wegens loonverschil directeur-grootaandeelhouder en werknemer
Belanghebbende exploiteert een tandartspraktijk waarbij de heer A, directeur-grootaandeelhouder, en mevrouw B, beiden tandarts, in dienst zijn. Mevrouw B ontvangt een hoger brutoloon dan de heer A. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens het loonverschil op grond van artikel 12a Wet LB.
Het geschil betreft of het loon van de heer A, inclusief pensioen, auto en onkostenvergoeding, lager is dan het gebruikelijke loon in vergelijkbare dienstbetrekkingen zonder aanmerkelijk belang. De inspecteur baseerde zijn bewijs uitsluitend op het brutoloon van mevrouw B, terwijl belanghebbende stelde dat de heer A aanvullende beloningselementen ontvangt en minder werkt.
Het hof oordeelt dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het loon van de heer A te laag is, omdat alleen het brutoloon van mevrouw B is vergeleken zonder rekening te houden met andere arbeidsvoorwaarden. Daarom wordt de naheffingsaanslag verminderd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en bepaalt dat de staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de inspecteur.