ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6255
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- E.N. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming medische behandeling en bijzonder onderwijs voor minderjarige met ADHD
De zaak betreft een minderjarige, [Y.], die onder toezicht staat van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg en sinds 2007 in een netwerkpleeggezin verblijft. De stichting verzocht om vervangende toestemming voor medische behandeling met medicatie ter vermindering van ADHD-klachten en plaatsing in rec-4 onderwijs, omdat de vader, die mede het gezag heeft, zijn toestemming weigerde.
De rechtbank had de vervangende toestemming reeds verleend, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij onvoldoende gehoord werd, dat ADHD te snel wordt vastgesteld en dat medicatie schadelijk kan zijn. Hij stelde dat zijn bezwaren onvoldoende werden meegewogen en dat er sprake was van vooringenomenheid.
Het hof nam kennis van uitgebreide medische rapportages waaruit bleek dat de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van [Y.] te voorkomen. Ook uit brieven van pleegouders, moeder en Xonar Pleegzorg bleek dat de medicatie en het bijzonder onderwijs positieve effecten hebben op het welzijn en gedrag van [Y.].
Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende gemotiveerd zijn bezwaren had toegelicht en dat zijn afwezigheid bij de zitting zijn risico was. De raad voor de kinderbescherming onderschreef het verzoek van de stichting. Daarom werd de beschikking van de rechtbank Maastricht van 28 januari 2011 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die vervangende toestemming verleent voor medicatie en bijzonder onderwijs voor de minderjarige.