ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6277
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Bestaan overeenkomst en contractuele zorgplicht bij elektriciteitsaansluiting en fraude
In deze civiele zaak staat centraal of er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [X.], huurder van een pand, en Essent als netbeheerder, en of [X.] zijn contractuele zorgplicht heeft geschonden door manipulatie van de elektriciteitsaansluiting.
Het hof concludeert dat de leveringsovereenkomst uiterlijk per 1 maart 2007 tot stand is gekomen, mede gelet op de huurovereenkomst en onderhuur, de door [X.] overgelegde meterstanden, en de machtiging aan RWE om namens hem op te treden. Vanaf dat moment rustte op [X.] een zorgplicht om te waken tegen ongeoorloofd gebruik van de aansluiting.
Vaststaat dat de aansluiting is gemanipuleerd en dat een onderhuurder illegaal elektriciteit heeft afgenomen. Dit leidt tot een vermoeden van schending van de zorgplicht door [X.]. Echter, het hof laat [X.] toe tegenbewijs te leveren door aan te tonen dat hij voldoende toezicht en controle heeft gehouden, zoals het regelmatig opnemen van meterstanden en het controleren van de identiteit van onderhuurders.
Het hof acht het niet redelijk dat [X.] zonder aanleiding achter een blinde muur zou moeten controleren op hennepkwekerij. Het verdere bewijs en getuigenverhoren worden aangehouden om dit tegenbewijs te beoordelen. De zaak wordt verwezen voor nader getuigenverhoor onder leiding van een raadsheer-commissaris.
Uitkomst: Het hof laat [X.] toe tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden dat hij zijn contractuele zorgplicht jegens Essent heeft geschonden en houdt verdere beslissing aan.