ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2036

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.051.525 T2
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Milar
  • Lamers
  • Brants
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep echtscheiding en ouderschapsplan bij gebrekkige overeenstemming

In deze zaak in hoger beroep staat de echtscheiding en het ontbreken van een gezamenlijk ouderschapsplan centraal. Partijen, de vrouw en de man, zijn gescheiden ouders van een minderjarige dochter. Mediation tussen partijen heeft niet geleid tot overeenstemming over het ouderschapsplan. De vrouw heeft geen eigen ouderschapsplan ingediend, terwijl de man een eenzijdig plan heeft opgesteld dat volgens het hof incompleet is.

Het hof constateert dat het ouderschapsplan van de man niet voldoet aan de vereisten van artikel 815 Rv Pro, omdat bepalingen over het hoofdverblijf van de dochter ontbreken en afspraken over informatie-uitwisseling en raadpleging ontbreken. Het hof verzoekt de man zijn plan binnen twee weken aan te vullen en geeft de vrouw gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren.

Daarnaast zal het hof de inmiddels twaalfjarige dochter schriftelijk horen om haar mening te vernemen over de zorg- en opvoedingstaken en communicatie tussen haar ouders. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze stappen zijn afgerond.

Uitkomst: Het hof beveelt aanvulling van het ouderschapsplan en hoort de minderjarige dochter, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Uitspraak: 31 mei 2011
Zaaknummer: HV 200.051.525/01
Zaaknummer eerste aanleg: 204424 FA RK 09-2249
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. O.R.M. Veldhuijzen-Wennekers,
tegen
[Y.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. E.C.M. van Waes.
5. De beschikking d.d. 13 juli 2010
Bij die beschikking heeft het hof iedere verdere beslissing pro forma aangehouden in afwachting van schriftelijk bericht van partijen over het resultaat van de mediation, het opstellen van een gezamenlijk, dan wel door iedere ouder afzonderlijk opgesteld ouderschapsplan en de naar het oordeel van de raadslieden aangewezen wijze van afdoening van deze zaak.
6. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
6.1. Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 20 januari 2011;
- het faxbericht van de advocaat van de man d.d. 17 februari 2011.
6.2. Partijen hebben het hof bij voormelde brieven laten weten dat mediation niet tot overeenstemming heeft geleid.
7. De verdere beoordeling
7.1. In voormelde brief voert de vrouw – kort samengevat – aan dat moet worden vastgesteld dat de man in eerste instantie bij het indienen van zijn verzoekschrift strekkende tot verkrijging van de echtscheiding heeft verzuimd een ouderschapsplan in te dienen, dan wel heeft verzuimd op enigerlei wijze aan te geven op welke manier hij na de echtscheiding de zorg- en opvoedtaken betreffende hun minderjarige dochter [Z.] wil verdelen, op welke wijze de man en de vrouw elkaar zullen informeren en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden betreffende [Z.] en op welke wijze hij in de kosten van verzorging en opvoeding van [Z.] zal voorzien. Volgens de vrouw heeft de man daarmee niet voldaan aan het bepaalde in artikel 815 Rv Pro lid 2, 3 en 6, zodat het verzoek tot echtscheiding niet had mogen worden toegewezen.
7.2. In voormeld faxbericht van 17 februari 2011 voert de man – kort samengevat – aan dat het opstellen van een ouderschapsplan door de vrouw wordt gebruikt als pressiemiddel om de procedure te vertragen. Volgens de man wijst de vrouw ieder contact tussen hem en [Z.] van de hand en wil zij slechts praten over de financiën. De man stelt zich op het standpunt dat bij het ontbreken van een ouderschapsplan de rechter slechts in uiterste gevallen zal overgaan tot niet-ontvankelijkheidsverklaring. Nu mediation tussen partijen is mislukt, staat volgens de man ter beoordeling of er sprake is van een onmogelijkheid om tot een ouderschapsplan te komen. De man en de vrouw hebben tijdens de mediation beiden een concept ouderschapsplan gemaakt en dat met elkaar besproken, aldus de man. De man is van mening dat dit ouderschapsplan een goed uitgangspunt voor het vervolg van de procedure is.
7.3. Het hof overweegt het volgende.
7.3.1. Uit voormelde brieven van 20 januari 2011 en 17 februari 2011 is gebleken dat mediation niet tot overeenstemming tussen partijen heeft geleid, zodat er geen gezamenlijk ouderschapsplan tot stand gekomen is. De vrouw heeft, anders dan door het hof in zijn beschikking van 13 juli 2010 was verzocht, geen eigen ouderschapsplan ingediend. Het hof neemt op grond hiervan en gezien de stellingname van de vrouw verwoord onder 7.1 aan, dat de vrouw geen eigen ouderschapsplan wenst in te dienen. De vrouw zal daarom niet alsnog de gelegenheid daartoe worden geboden.
7.3.2. De man daarentegen heeft in zijn brief van 17 februari 2011 het een en ander aangegeven dat als een eenzijdig ouderschapsplan kan worden aangemerkt, zij het dat het incompleet is. Zo heeft de man niet conform artikel 815 lid 3 sub a en Pro b Rv een uitdrukkelijke bepaling met betrekking tot het hoofdverblijf van [Z.] opgenomen en ontbreken er afspraken over de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [Z.]. Voorts heeft de man niet vermeld op welke wijze [Z.] is betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan en bovendien heeft de vrouw nog niet op het ouderschapsplan van de man kunnen reageren.
Gelet op het voorgaande verzoekt het hof de man uiterlijk binnen twee weken na de uitspraak schriftelijk zijn ouderschapsplan aan te vullen, waarna de vrouw door het hof in de gelegenheid zal worden gesteld daar binnen twee weken schriftelijk op te reageren.
7.3.3. Vervolgens zal het hof [Z.], nu zij inmiddels twaalf jaar is geworden, om een schriftelijke verklaring vragen, zodat ook zij haar mening kenbaar kan maken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de wijze waarop informatie door haar ouders over haar wordt verschaft en de wijze waarop de ouders elkaar raadplegen met betrekking tot gewichtige aangelegenheden ten aanzien van haar persoon en haar vermogen. Indien [Z.] hiervan gebruik maakt zullen partijen nog in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk op haar verklaring te reageren.
7.3.4. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
8. De beslissing
Het hof:
verzoekt de man uiterlijk op 14 juni 2011 schriftelijk zijn ouderschapsplan aan te vullen, zoals overwogen in 7.3.2.;
stelt de vrouw in de gelegenheid om uiterlijk op 29 juni 2011 daarop schriftelijk te reageren;
bepaalt dat de griffier [Z.] in de gelegenheid stelt haar mening te geven, zoals overwogen in 7.3.3. en
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Milar, Lamers en Brants en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2011.