ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3313
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- P.C.G. Brants
- M.C. van Dijkhuizen
- A.J.F. Manders
- Rechtspraak.nl
Nakoming omgangsregeling en dwangsommen in kort geding tussen ouders
In deze zaak staat de uitvoering van een omgangsregeling tussen ouders centraal, waarbij de man en vrouw beiden worden aangesproken op het naleven van afspraken over omgang met hun minderjarige kinderen. De vrouw weigert nakoming, waarop de man een dwangsom vordert. De vrouw vordert op haar beurt staking van de dwangsomvordering door de man en nakoming door de man onder dwangsom.
De omgangsregeling is vastgesteld bij vonnis van de voorzieningenrechter van 23 september 2010, waarin onder meer is bepaald dat de omgang op vrijdag om 12:00 uur begint. De man stelt dat dit tijdstip in onderling overleg is gewijzigd naar 15:00 uur, wat de vrouw betwist. Het hof volgt de rechtbank in het hanteren van het oorspronkelijke tijdstip van 12:00 uur.
Het hof oordeelt dat de man onterecht dwangsommen heeft geïncasseerd omdat hij niet op tijd de kinderen heeft opgehaald, en wijst de vordering van de vrouw tot staking van deze incassering toe. Tegelijkertijd bevestigt het hof dat de man gehouden is tot nakoming van de omgangsregeling, maar verbindt hieraan geen dwangsom omdat de man blijkens zijn handelen en stellingen alles in het werk stelt om omgang te realiseren. De vrouw wordt eveneens verplicht tot nakoming onder dwangsom.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de man een dwangsom oplegt bij niet-nakoming, wijst de vordering van de vrouw tot dwangsom jegens de man af, en bekrachtigt het vonnis voor het overige. De uitspraak benadrukt dat praktische bezwaren over het aanvangstijdstip in overleg tussen partijen of via de rechter kunnen worden opgelost.
Uitkomst: Het hof vernietigt de dwangsom voor de man, wijst de vordering van de vrouw tot staking van dwangsommen toe en bevestigt de nakoming van de omgangsregeling door beide ouders.