ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5365
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- K. van der Meijde
- H. Harmsen
- T.A. de Roos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding vergunningsvoorschrift Wet verontreiniging oppervlaktewateren
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter over een overtreding van een vergunningsvoorschrift uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Verdachte, een rechtspersoon, had bulkgoederen opgeslagen binnen een zone van twee meter uit de waterkant en veroorzaakte dat puin in het oppervlaktewater terechtkwam, in strijd met het vergunningsvoorschrift.
De verdediging voerde onder meer schending van het vertrouwensbeginsel aan op basis van een brief van een medewerker van Rijkswaterstaat en stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de streeftermijn in de Aanwijzing handhaving milieurecht. Het hof verwierp deze verweren omdat de brief alleen betrekking had op bestuursrechtelijke handhaving en de streeftermijn slechts een instructienorm is zonder rechtsgevolg.
Het hof achtte het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van 7.500 euro. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd deze boete verminderd met 500 euro, zodat een geldboete van 7.000 euro resteert. Het hof benadrukte dat de overtreding een ernstige inbreuk betrof op een belangrijk vergunningsvoorschrift en dat eerdere waarschuwingen niet tot gedragsverandering hadden geleid.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 7.000 euro wegens overtreding van een vergunningsvoorschrift uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.