ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5448

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AVNR. 001438-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 406 WvSvArt. 71 lid 3 WvSv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar ministerie ontvankelijk in hoger beroep tegen toewijzing opheffing voorlopige hechtenis

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen een beslissing van de rechtbank die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte had toegewezen. De raadsman van verdachte betoogde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was in hoger beroep omdat de wet, met name artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dit niet toestond.

Het hof oordeelde echter dat, gelet op de systematiek en ratio van artikel 406 en Pro artikel 71, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, ook het openbaar ministerie afzonderlijk hoger beroep kan instellen tegen een toewijzing van een ter terechtzitting gedaan verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.

Na het horen van de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, verklaarde het hof het openbaar ministerie ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof stemde in met de beslissing van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de beslissing tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van het openbaar ministerie wordt afgewezen en de beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Sector strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: AVNR. 001438-11
Parketnummer 1e aanleg: 01-889150-10
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank te
's-Hertogenbosch van 16 september 2011, waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren [1960] te [geboorteplaats]
wonende te [adres], [woonplaats]
thans verblijvende in PI Haaglanden - Zoetermeer
hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van
2 september 2011, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd toegewezen.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Namens verdachte is in raadkamer de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. De raadsman heeft betoogd dat een mogelijkheid van hoger beroep tegen een dergelijke beslissing, genomen ter terechtzitting, niet in de wet is opgenomen, met name ook niet in artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Naar het oordeel van het hof dient – gelet op het systeem van de wet en de ratio van de bepaling artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering, mede gelet op het bepaalde in artikel 71, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering - zodanig gelezen te worden dat niet alleen de verdachte afzonderlijk appel kan instellen tegen de afwijzing van een op de zitting gedaan verzoek tot opheffing maar dat ook het openbaar ministerie afzonderlijk appel kan instellen tegen een toewijzing van een ter terechtzitting gedaan verzoek tot opheffing.
Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in het hoger beroep.
Het hof stemt in met genoemde beslissing en de gronden waarop deze berust.
Het hoger beroep moet daarom worden afgewezen.
BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:
Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beslissing waarvan beroep.
Aldus gedaan op 20 oktober 2011
door mr. F. van Beuge, voorzitter, mr. M.E.F.H. van Erve en mr. W. van Nierop,
in tegenwoordigheid van dhr. M. Rozel, griffier.
Mr. W. van Nierop is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 20 oktober 2011
Gezien d.d.
De directeur van PI Haaglanden - Zoetermeer