ECLI:NL:GHSHE:2011:BU6205
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen benoeming bijzondere curator voor minderjarige na overlijden ouders
Na het overlijden van beide ouders van de minderjarige [A.] is de grootvader tot voogd benoemd. De oom verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen vanwege een belangenconflict tussen de voogd en de minderjarige, en stelde ontvankelijk te zijn in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. De rechtbank benoemde mr. C.M.F.L. van Beukering-Michielsen als bijzondere curator en verklaarde deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De grootvader kwam hiertegen in hoger beroep en voerde onder meer aan dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden en dat de rechtbank onterecht tot benoeming van een bijzondere curator was overgegaan. Het hof oordeelde dat de oom ontvankelijk was in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator, omdat hij in een familierechtelijke betrekking staat tot de minderjarige en family life heeft in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Het hof verwierp de stelling van de grootvader dat de rechtbank niet mocht overgaan tot benoeming gezien het stadium van de procedure.
Het hof constateerde een tegenstrijdig belang tussen de grootvader en de minderjarige, mede doordat de grootvader een totaal contactverbod met de oom wilde, terwijl het belang van de minderjarige is om contact te behouden met familie van vaderszijde. Gezien het ontbreken van vertrouwen tussen de grootouders en de bijzondere curator, en de instemming van de oom met een nieuwe bijzondere curator, besloot het hof de benoeming van mr. Van Beukering-Michielsen te vernietigen en een nieuwe bijzondere curator te benoemen. De overige besluiten van de rechtbank werden bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De benoeming van de bijzondere curator mr. Van Beukering-Michielsen wordt vernietigd en een nieuwe bijzondere curator wordt benoemd; overige besluiten worden bekrachtigd.