ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7155
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte en toepassing artikel 21 Rv
Heineken huurt sinds 1995 een bedrijfsruimte van [X.] die sinds 2010 onbepaalde tijd wordt verhuurd. [X.] zegt de huurovereenkomst op grond van artikel 7:296 lid 3 BW Pro op vanwege zijn belang bij verkoop in onverhuurde staat. Heineken verhuurt het pand onder aan [Y.] die er een café exploiteert.
In eerste aanleg wees de kantonrechter de vorderingen van [X.] af, omdat Heineken een zwaarwegend belang heeft bij voortzetting van de huurovereenkomst. [X.] wilde zelf bepalen welke dranken in het gehuurde worden geschonken om economisch voordeel te behalen via biermerken die hij wil leveren.
In hoger beroep stelt [X.] dat hij onjuiste informatie gaf over de hoogte van zijn financiële belang, wat het hof als schending van artikel 21 Rv Pro beoordeelt. Het hof oordeelt dat [X.] gehouden is aan zijn eerdere stelling en dat hij zijn voordeel niet heeft onderbouwd. Ook de belangenafweging blijft ongewijzigd: het belang van Heineken weegt zwaarder.
De overige grieven van [X.] falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. [X.] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, met wettelijke rente. Het incidenteel appel behoeft geen bespreking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van [X.] af.