ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7974
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- A. de Lange
- J.M. Reijntjes
- W.J. Kolkert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens onredelijke vervolging voor gering strooien van popcorn
In deze strafzaak stond een veertienjarige verdachte terecht voor het achterlaten van straatafval door het strooien van een halve zak popcorn op het trottoir van de openbare weg. De verdachte erkende het feit, maar benadrukte dat het slechts om een geringe hoeveelheid ging. Het openbaar ministerie had aanvankelijk een transactievoorstel van negentig euro gedaan, waarna alsnog werd overgegaan tot dagvaarding.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie op grond van het opportuniteitsbeginsel in beginsel vrij is tot vervolging, maar dat vervolging onredelijk kan zijn indien deze in strijd is met wettelijke bepalingen of beginselen van een goede procesorde. Gezien de geringe ernst van het delict, de leeftijd van de verdachte, het ontbreken van eerdere veroordelingen en de schuld erkenning, achtte het hof de vervolging onredelijk en niet passend.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kinderrechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Dit arrest benadrukt het belang van een redelijke en billijke belangenafweging bij vervolging van jeugdigen en het vermijden van disproportionele strafvorderlijke maatregelen bij bagatelzaken.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens onredelijke vervolging van een gering delict door een jeugdige.