ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0349
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- J.Th. Begheyn
- Th.C.M. Hendriks-Jansen
- M.J. van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging hoofdveroordeling met dwangsom
In deze civiele zaak vorderden appellanten in hoger beroep de vernietiging van eerdere vonnissen en tevens een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een hoofdveroordeling waaraan een dwangsom is gekoppeld. De hoofdzaak betreft de nakoming van een participatieovereenkomst van 28 juli 2010.
De voorzieningenrechter in eerste aanleg had appellanten veroordeeld om de overeenkomst uiterlijk per 1 december 2011 volledig na te komen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag bij niet-nakoming, met een maximum van € 50.000. Appellanten stelden dat het vonnis onduidelijk was over wanneer dwangsommen verbeurd waren en voerden een incidentele vordering in op grond van artikel 351 Rv Pro tot schorsing van de tenuitvoerlegging.
Het hof overwoog dat voor toewijzing van een incidentele vordering op grond van artikel 351 Rv Pro sprake moet zijn van misbruik van recht of nieuwe omstandigheden die zich na de eerste aanleg hebben voorgedaan. Het hof stelde vast dat geen sprake was van een kennelijke misslag in het vonnis en dat appellanten geen nieuwe omstandigheden hadden aangevoerd. Ook was het verzoek tot schorsing niet bedoeld om een verkapt appel te voeren over de inhoudelijke beoordeling van de overeenkomst.
Derhalve wees het hof de incidentele vordering af en veroordeelde appellanten in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de hoofdveroordeling met dwangsom wordt afgewezen.