ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0731
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurachterstand en contractoverneming bedrijfsruimte afgewezen
In deze zaak stond een geschil centraal over een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte tussen de gemeente Heeze-Leende en appellant. De huurovereenkomst liep van 1 mei 1998 tot 1 april 2008. De gemeente vorderde betaling van een huurachterstand van €7.066,- vermeerderd met rente en incassokosten. De kantonrechter wees de vordering tot betaling van de huurachterstand en verzuimrente toe, maar wees de incassokosten af. Appellant ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Appellant stelde dat hij sinds mei 1998 zijn huurderspositie had overgedragen aan twee vennootschappen, die ook de huur betaalden en de bedrijfsruimte feitelijk gebruikten. Hij voerde aan dat de gemeente hiermee bekend was en stilzwijgend had ingestemd, zodat sprake zou zijn van contractoverneming. Het hof oordeelde dat het eerdere vonnis van 14 december 2006, waarin de huurovereenkomst werd ontbonden maar werd vastgesteld dat deze op dat moment nog bestond, onverenigbaar was met het standpunt van appellant dat hij sinds 1998 geen huurder meer was.
Verder stelde het hof dat voor contractoverneming de medewerking van de gemeente vereist is, wat niet was gesteld of gebleken. Het feit dat de gemeente op de hoogte was van feitelijk gebruik en huurbetaling door derden betekent niet dat zij instemde met contractoverneming. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Ten slotte oordeelde het hof dat de wettelijke handelsrente niet van toepassing was omdat de huurovereenkomst voor de invoering van het betreffende wetsartikel was aangegaan. Het hof vernietigde het vonnis voor zover appellant werd veroordeeld tot betaling van handelsrente en veroordeelde appellant tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente, en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verwierp het verweer van contractoverneming en veroordeelde appellant tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente.