ECLI:NL:GHSHE:2011:BW1261
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M. van Ham
- C.D.M. Lamers
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging partneralimentatie bij samenwonen als gehuwd
De man en vrouw waren getrouwd en gescheiden met een alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw. De man stelt dat deze verplichting is geëindigd vanaf 8 januari 2008 omdat de vrouw samenwoont met een ander als waren zij gehuwd, wat volgens artikel 1:160 BW Pro het einde van de alimentatieplicht betekent.
De rechtbank wees het verzoek van de man af, waarna hij in hoger beroep ging. Het hof benadrukt dat voor het beëindigen van alimentatie op grond van samenwonen als gehuwd een duurzame affectieve relatie en gemeenschappelijke huishouding vereist is, gelijk aan een normaal huwelijk.
Het hof oordeelt dat de man zijn stelling moet bewijzen en dat de vrouw onvoldoende stukken heeft overgelegd om haar betwisting te onderbouwen. Daarom beveelt het hof de vrouw aan financiële stukken te overleggen die haar zelfstandigheid aantonen, zoals huurbetaling en eigen bijdrage aan vakanties.
De zaak wordt aangehouden tot 26 september 2011 voor het overleggen van deze stukken, waarna partijen nog kunnen reageren. Het hof beveelt geheimhouding over de ingebrachte stukken en houdt iedere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nader bewijs en verdere beslissing.