ECLI:NL:GHSHE:2011:BW7409
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boeten in het kader van het Rekeningenproject
Belanghebbende is in het kader van het Rekeningenproject geconfronteerd met diverse navorderingsaanslagen en boeten wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij KB-Lux. Het Hof beoordeelt uitgebreid de rechtmatigheid van het gebruik van microfiches als renseignement, de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder, de omkering van de bewijslast, de redelijke schatting van belastbare bedragen en de toepassing van de verlengde navorderingstermijn.
De Inspecteur baseerde de aanslagen mede op informatie die via België was verkregen, waarbij de rechtmatigheid van deze informatie-uitwisseling en de wijze van verkrijging van de microfiches ter discussie stond. Belanghebbende voerde onder meer aan dat de informatie onrechtmatig was verkregen en dat de Belgische en Nederlandse autoriteiten de Europese Bijstandsrichtlijn hadden geschonden. Het Hof oordeelt dat de informatie rechtsgeldig is verkregen en gebruikt mag worden, ook al is de informatie in een eerdere fase mogelijk onrechtmatig in andere handen gekomen.
Verder is het geschil over de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder, waarbij het Hof constateert dat er slechts enkele twijfelgevallen zijn en dat de identificatie in deze zaak voldoende betrouwbaar is. De Inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt van de belastbare bedragen, waarbij rekening is gehouden met het saldo op 31 januari 1994 en ervaringscijfers van vergelijkbare gevallen. Belanghebbende betwist de redelijkheid en proportionaliteit van deze schatting en stelt dat de boeten onterecht en disproportioneel zijn opgelegd.
Het Hof besluit dat een deel van de boeten ten onrechte is opgelegd en dat het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Staat der Nederlanden wordt als partij in die procedure aangemerkt. De uitspraak bevat ook een uitgebreide procedurele geschiedenis met diverse zittingen, schriftelijke stukken en verzoeken om geheimhouding en inzage in stukken.
Uitkomst: Een deel van de boeten wordt vernietigd en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.