Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
wonende te[woonplaats],[adres],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 7 oktober 2010 werd verdachte beschuldigd van het rijden met een snelheid van ongeveer 168 km/u op de Rijksweg A17, waar de maximumsnelheid 120 km/u bedraagt. De zaak betrof een overtreding van de Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De kantonrechter veroordeelde verdachte, maar hij stelde hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep voerde verdachte aan dat het registratienummer van de antenne-eenheid van het door de politie gebruikte meetinstrument ontbrak op de digitale foto, waardoor niet kon worden vastgesteld of de snelheidsmeting met een geijkte radarsnelheidsmeter was verricht. Het hof nam dit verweer over en concludeerde dat er onvoldoende wettig bewijs was om de snelheidsovertreding aan verdachte te bewijzen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Zowel verdachte als de advocaat-generaal deden afstand van het recht om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 december 2012 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat de snelheid met een geijkt meetinstrument is gemeten.