ECLI:NL:GHSHE:2012:BV3471
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M.C. Bijleveld-van der Slikke
- P.C.G. Brants
- G.J. Vossestein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht onderhoudsplichtige na starten eigen onderneming en inkomensdaling
Partijen zijn in 1993 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na echtscheiding is de man verplicht gesteld een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De man is sinds 2003 onvrijwillig werkloos geworden en is daarna een eigen onderneming gestart. De vrouw vordert een herziening van de onderhoudsbijdrage, stellende dat de man zijn oorspronkelijke inkomen kan herwinnen en dus draagkracht heeft.
Het hof stelt vast dat de inkomensdaling niet door de man zelf is veroorzaakt, maar het gevolg is van beëindiging van zijn dienstverband en de instorting van de markt voor beleggingsverzekeringen. Het starten van een eigen onderneming in 2006 wordt gezien als een relevante wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling van de onderhoudsbijdrage rechtvaardigt.
Gezien de beperkte opleiding, eenzijdige werkervaring en de leeftijd van de man (56 jaar), acht het hof het onredelijk te verlangen dat hij zijn onderneming staakt of aanvullende arbeid zoekt. Het hof baseert de draagkracht op het feitelijke inkomen uit de onderneming in 2010, dat rond de bijstandsnorm ligt, en concludeert dat de man geen draagkracht heeft om een bijdrage te leveren.
De vrouw verzocht tevens om een jaarlijkse informatieplicht van de man over zijn inkomen, maar het hof wijst dit af omdat zij de relevante gegevens zelf kan opvragen bij vermoedelijke wijziging van omstandigheden. De beschikking van de rechtbank Roermond wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de man geen draagkracht heeft voor onderhoudsbijdrage en wijst het verzoek van de vrouw af.