ECLI:NL:GHSHE:2012:BV5025
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.C.G. Brants
- C.D.M. Lamers
- C.L.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen gezinsvoogdijbeslissing en kostenveroordeling
In deze zaak heeft de vader hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht waarin zijn minderjarige zoon onder toezicht werd gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg. De vader had geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling zelf of de benoeming van de stichting als gezinsvoogd, maar wel tegen de uitvoering daarvan door bepaalde locaties.
Het hof overweegt dat de stichting zelfstandig kan bepalen welke persoon binnen haar werkgebied als gezinsvoogd optreedt en dat de kinderrechter niet bevoegd is om tegen een afwijzing van een verzoek tot vervanging van een gezinsvoogd te oordelen. De vader wilde het hof gebruiken als platform om zijn bezwaren tegen de gezinsvoogd te uiten, maar heeft geen gronden aangevoerd die het hoger beroep rechtvaardigen.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en oordeelt dat de vader misbruik van procesrecht heeft gemaakt. Het hof veroordeelt hem in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op €1.788,- ten gunste van de moeder. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 14 februari 2012.
Uitkomst: Vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in proceskosten.