ECLI:NL:GHSHE:2012:BV5476
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering beëindiging huurovereenkomst wegens niet-verstreken driejaarstermijn
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst kon worden beëindigd wegens dringend eigen gebruik door de verhuurder. Appellanten stelden dat de kantonrechter ten onrechte niet had beslist over de duur van de verlenging van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:273 lid 2 BW Pro, wat gevolgen heeft voor de wachttijd voor een nieuwe opzegging volgens artikel 7:277 lid 2 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de wachttijd van artikel 7:277 lid 2 BW Pro alleen geldt indien de rechter na een inhoudelijke toetsing heeft geoordeeld dat dringend eigen gebruik niet is aangetoond. In dit geval was de vordering afgewezen omdat niet was voldaan aan de driejaarstermijn van artikel 7:274 lid 5 sub b BW Pro, waardoor geen inhoudelijke toetsing heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de wachttijd niet van toepassing.
Appellanten hadden de mogelijkheid om bewijs te leveren dat zij de rechtsopvolgers waren van de vorige verhuurders en dat zij dit meer dan drie jaar voor de opzegging hadden meegedeeld, maar zij zagen hiervan af. Daardoor moest worden aangenomen dat de termijn van drie jaar niet was verstreken en de vordering tot beëindiging terecht werd afgewezen.
Het hof wees het beroep van appellanten af, bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellanten in de proceskosten van het hoger beroep. Tevens werd de wettelijke rente over de proceskosten toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van het arrest.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst af wegens het niet-verstreken zijn van de driejaarstermijn.