ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6891
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Contractuele onderhoudsverplichting huurder in huurovereenkomst woonruimte vernietigd wegens strijd met dwingend recht
In deze zaak stond centraal de vraag of een contractuele bepaling die de huurder verplicht tot het dragen van alle onderhoudskosten aan een woonruimte, inclusief groot onderhoud, rechtsgeldig is. De huurovereenkomst uit 2002 bevatte een clausule die alle onderhouds- en herstelwerkzaamheden voor rekening van de huurder legde, ongeacht aard en oorzaak.
De huurder betoogde dat deze bepaling in strijd is met dwingend recht, met name artikel 7:217 en Pro 7:242 BW, die bepalen dat huurders slechts kleine herstellingen hoeven te verrichten en dat van deze regels niet ten nadele van de huurder mag worden afgeweken. Het hof bevestigde dat deze bepalingen dwingend zijn en dat de contractuele regeling daarom vernietigbaar is.
De verhuurder had een vordering van €97.700,-- ingediend voor achterstallig onderhoud, maar kon niet aantonen dat dit kleine herstellingen betrof. Het hof vernietigde het vonnis dat de huurder tot betaling veroordeelde en wees de vordering af. Tevens werd de verhuurder veroordeeld in de kosten van het geding en moest hij het betaalde proceskostenbedrag aan de huurder terugbetalen.
Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevestigt de bescherming van huurders tegen onredelijke onderhoudsverplichtingen in huurovereenkomsten woonruimte.
Uitkomst: De contractuele onderhoudsverplichting is vernietigd en de vordering van €97.700,-- wegens achterstallig onderhoud is afgewezen.