ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6986
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- C.M. Aarts
- E.A.G.M. Waaijers
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonvordering bij arbeidsongeschiktheid en opzegging arbeidsovereenkomst volgens cao Bouwnijverheid
In deze zaak stond centraal de loonvordering van een werknemer die arbeidsongeschikt was en wiens arbeidsovereenkomst door de werkgever werd opgezegd tijdens deze periode. De werknemer was sinds juni 2008 in dienst en viel in januari 2011 wegens rugklachten uit. De werkgever vroeg toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen, welke werd verleend. De werknemer betwistte zijn arbeidsongeschiktheid op het moment van opzegging en startte een kort geding om loonbetaling af te dwingen.
De kantonrechter kende de loonvordering toe, waarbij de wettelijke verhoging werd gematigd. Het hof oordeelde dat de werknemer op het moment van opzegging en stopzetting van loonbetaling inderdaad arbeidsongeschikt was, mede op basis van een deskundigenoordeel van het UWV dat zwaarder woog dan het summiere oordeel van de bedrijfsarts. De cao Bouwnijverheid biedt een afwijkende regeling die opzegging tijdens arbeidsongeschiktheid mogelijk maakt onder voorwaarden, waaronder toestemming van het UWV.
De werkgever voerde meerdere grieven aan, waaronder het ontbreken van spoedeisend belang, de uitleg van de cao, en de geldigheid van de opzegging. Het hof verwierp deze grieven en bevestigde dat de arbeidsovereenkomst pas eindigt bij herstel van de werknemer of na twee jaar arbeidsongeschiktheid met toestemming van het UWV. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en bevestigt de loonvordering van de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid tot het einde van de arbeidsovereenkomst.