ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3234
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- B.A. Meulenbroek
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij opvordering roerende zaken na echtscheiding op huwelijkse voorwaarden
In deze civiele zaak vordert de man de teruggave of vergoeding van diverse roerende zaken die hij stelt dat de vrouw zonder recht of titel in haar bezit heeft, waaronder sieraden, een tegelzaag, stelsteunen, een satellietdecoder, gereedschap, een laptop en weekendtassen. De vrouw betwist deze vorderingen en voert onder meer aan dat sommige goederen aan haar zijn geschonken.
Het hof bevestigt de regel van bewijslastverdeling zoals neergelegd in artikel 150 Rv Pro, waarbij de man moet bewijzen dat de vrouw de betreffende zaken zonder recht of titel onder zich heeft. De rechtbank had de man opgedragen nader bewijs te leveren, wat het hof juist acht. De man slaagt er niet in voldoende bewijs te leveren, mede omdat hij tijdens de eerste aanleg geen gebruik maakte van de geboden gelegenheid.
Het hof bekrachtigt het tussenvonnis van 17 juni 2009 en het eindvonnis van 15 september 2010 voor zover de vorderingen van de man zijn afgewezen. Tevens vernietigt het hof het deel van het eindvonnis waarin de man in de kosten van het eerste geding werd veroordeeld en compenseert de kosten tussen partijen, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 17 april 2012.
Uitkomst: De man slaagt er niet in te bewijzen dat de vrouw de roerende zaken zonder recht of titel bezit; de kosten worden gecompenseerd tussen partijen.