ECLI:NL:GHSHE:2012:BW3489
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- A.R. Autar
- Rechtspraak.nl
Geen schending voorkeursrecht bij toedeling woning aan kind na overlijden echtgenoot
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het voorkeursrecht van koop, overeengekomen bij verkoop van een bedrijfsgebouw, werd geschonden toen na het overlijden van de echtgenoot de woning werd toegedeeld aan een van de kinderen binnen de nalatenschapsverdeling. De woning was uitgesloten van de verkoop en het voorkeursrecht was vastgelegd in een koopovereenkomst en een notariële akte.
De rechtbank had geoordeeld dat de toedeling van het aandeel van de langstlevende echtgenoot aan een kind een vervreemding was die het voorkeursrecht schond, en legde een boete op. Het hof stelde vast dat de toedeling een verdeling was en geen verkoop of vervreemding in de zin van het voorkeursrecht. Het voorkeursrecht geldt niet bij ontbinding van de gemeenschap van goederen door overlijden, anders dan bij ontbinding door echtscheiding.
Het hof overwoog dat partijen het voorkeursrecht niet zo ver hadden bedoeld te laten gaan dat het ook bij verdeling na overlijden zou gelden, mede omdat het kind reeds in de woning woonde. De grieven van appellante werden gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en de vorderingen van geïntimeerden afgewezen. Tevens werd appellante terugbetaling van het reeds betaalde bedrag toegewezen, met wettelijke rente.
Het arrest benadrukt het belang van de precieze bewoordingen van het voorkeursrecht en de context waarin het is overeengekomen, waarbij de verdeling van de nalatenschap niet gelijkgesteld wordt aan verkoop.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het voorkeursrecht niet is geschonden en wijst de vorderingen van geïntimeerden af.