ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4219
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- E.A.G.M. Waaijers
- J.J.M. de Laat
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens schending anciënniteitsbeginsel
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de kantonrechter dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door VCS kennelijk onredelijk heeft verklaard en een beperkte schadevergoeding toekende.
De appellant, een werknemer van VCS sinds 2004, werd ontslagen in het kader van een reorganisatie waarbij het team Banken/Zorg/Woningbouw werd opgeheven. Het hof beoordeelt of het afspiegelingsbeginsel juist is toegepast bij de selectie van werknemers voor ontslag. VCS stelde dat de accountteams niet uitwisselbaar waren vanwege verschillende opleidingsniveaus, maar het hof oordeelt dat dit onvoldoende is onderbouwd en dat de functies onderling uitwisselbaar zijn.
Het hof stelt vast dat de appellant niet voor ontslag had mogen worden voorgedragen en dat de opzegging kennelijk onredelijk is op grond van artikel 7:681 lid 2 sub d BW Pro. De zaak wordt verwezen voor nadere uitlating over de omvang van de schadevergoeding, waarbij onder meer de sollicitatie-inspanningen en pensioenopbouw moeten worden onderbouwd.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 24 april 2012 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk wegens schending van het anciënniteitsbeginsel; de zaak wordt verwezen voor nadere vaststelling van de schadevergoeding.