ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4901
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.D.M. Lamers
- M.C. Bijleveld-van der Slikke
- M.J.J. Bogaerts-Tholen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep onderhoudsbijdragen en draagkracht alimentatieplichtige
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg over de vaststelling van onderhoudsbijdragen door de vrouw aan haar kinderen na echtscheiding. De vrouw betwistte onder meer de draagkrachtberekening en de ingangsdatum van de onderhoudsbijdragen.
Het hof stelde vast dat de vrouw sinds de echtscheiding ruim vijf jaar de mogelijkheid had om volledig te werken, maar onvoldoende had aangetoond dat zij dit had nagestreefd. Daarom werd bij de draagkrachtberekening uitgegaan van een fictieve verdiencapaciteit van €30.000 bruto per jaar vanaf 1 januari 2011, inclusief vakantietoeslag en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW.
Verder hield het hof rekening met fiscale heffingskortingen, woonlasten die de vrouw betaalt voor de woning van haar nieuwe partner, en de zorgverzekeringspremie. De werkelijke kosten voor omgang en werkelijke verwervingskosten werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet daadwerkelijk werden gemaakt of reeds vergoed werden.
De draagkracht van de vrouw werd berekend op €651 per maand, waarvan 70% beschikbaar is voor onderhoudsbijdragen, resulterend in een bijdrage van €563 per maand. Deze werd verdeeld naar rato van de behoefte van de kinderen, waarbij de vrouw €168 per kind en €227 voor de studerende dochter moet betalen. De ingangsdatum van de bijdragen werd vastgesteld op 1 januari 2011. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De vrouw moet vanaf 1 januari 2011 onderhoudsbijdragen betalen aan haar kinderen, berekend op basis van een fictieve verdiencapaciteit.