ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5714
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- S.M.A.M. Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in hoger beroep kort geding
In deze zaak heeft Portsight B.V. in hoger beroep tegen een vonnis in kort geding een incidentele vordering ingesteld tot schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis. Deze vordering werd mede gebaseerd op het risico van restitutie en nieuwe omstandigheden, zoals de aanwezigheid van funderingspalen in de grond.
De geïntimeerde heeft aangevoerd dat dezelfde vordering reeds bij de voorzieningenrechter in eerste aanleg was ingesteld en daarover op 5 maart 2012 een beslissing was genomen, waarbij een gedeeltelijke schorsing werd toegekend. Het hof bevestigt dat Portsight beide wegen heeft bewandeld: het executiegeschil bij de voorzieningenrechter en het incident in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat voor zover de vordering tot schorsing verder gaat dan de reeds toegekende gedeeltelijke schorsing, deze wordt afgewezen. Daarbij weegt het hof mee dat de belangenafweging bij een vordering ex art. 351 Rv Pro uitgaat van de eerdere beslissing van de voorzieningenrechter en dat afwijking daarvan alleen gerechtvaardigd is bij nieuwe feiten of omstandigheden die de eerste rechter niet kende. De door Portsight aangevoerde vrees voor restitutierisico en de aanwezigheid van funderingspalen zijn onvoldoende om van die eerdere beslissing af te wijken.
Het hof veroordeelt Portsight in de proceskosten van het incident en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen voor zover deze niet reeds door de voorzieningenrechter is toegewezen.