ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8676
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel bij fiscale delicten
In deze strafzaak stond de ontnemingsvordering centraal die het openbaar ministerie had ingesteld tegen de veroordeelde wegens het wederrechtelijk verkrijgen van voordeel door middel van fiscale delicten. De feiten betroffen het opzettelijk doen van onjuiste aangiften bij de douane met TIR-carnets, waardoor invoerrechten werden ontweken. De veroordeelde werd tevens veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die deze praktijken uitvoerde.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering. Op grond van artikel 74 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Aanwijzing Ontneming is ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet mogelijk indien dit voordeel uitsluitend is verkregen door fiscale delicten. Dit gold ook wanneer vervolging plaatsvindt op basis van het gewone strafrecht.
Hoewel de veroordeelde deelnam aan een criminele organisatie, oordeelde het hof dat het voordeel uitsluitend voortkwam uit fiscale delicten. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie alsnog niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de ontnemingsvordering afgewezen.
De zaak illustreert de bijzondere regeling omtrent ontneming bij fiscale delicten en benadrukt dat deelname aan een criminele organisatie niet automatisch leidt tot ontvankelijkheid in ontnemingsvorderingen als het voordeel louter uit fiscale delicten is verkregen.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens het wederrechtelijk verkregen voordeel dat uitsluitend door fiscale delicten is behaald.