ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9100
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens vermeende diefstal bedrijfseigendommen
De werknemer werd op 2 maart 2010 op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van bedrijfseigendommen, namelijk oud ijzer dat hij zou hebben verkocht ten eigen bate. De werkgever stelde dat de werknemer meerdere malen oud ijzer van het bedrijf had verkocht, ondersteund door camerabeelden en getuigenverklaringen. De werknemer betwistte de diefstal en stelde dat het oud ijzer afkomstig was van een derde partij, zijn ex-zwager.
In eerste aanleg werd de bewijslast omgekeerd en werd van de werknemer verlangd het tegendeel te bewijzen. Dit slaagde niet, waarna het ontslag werd bevestigd. In hoger beroep oordeelde het hof dat de bewijslast bij de werkgever ligt en dat deze onvoldoende bewijs had geleverd dat de werknemer zich schuldig had gemaakt aan diefstal. De verklaringen en camerabeelden waren onvoldoende concreet en deels niet meer beschikbaar.
Het hof vernietigde daarom de vonnissen van de rechtbank, verklaarde het ontslag nietig en veroordeelde de werkgever tot betaling van loon, vakantiebijslag, wettelijke verhogingen, rente en buitengerechtelijke kosten. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen. Het arrest werd op 19 juni 2012 uitgesproken door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon en bijkomende vergoedingen.