ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9905
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.M. Brandenburg
- P.M. Huijbers-Koopman
- A.R. Autar
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg en ontbinding co-existentieovereenkomst beveiligingsbedrijven
Tussen de beveiligingsbedrijven Maximus Security B.V. en Maximum Security B.V. ontstond een geschil over de uitleg en nakoming van een co-existentieovereenkomst van 6 april 2009, waarin Maximus zich had verbonden om Maximum waar mogelijk substantieel in te huren. De overeenkomst bevatte een intentieverklaring, geen afdwingbare verplichting tot eerste inhuur.
In 2010 ontstonden conflicten over de mate van inhuur door Maximus, waarbij Maximum stelde dat zij onvoldoende werd ingehuurd en daardoor schade leed. Maximum ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk en stelde Maximus aansprakelijk voor schadevergoeding. Maximus betwistte dit en stelde dat geen sprake was van verzuim of blijvende onmogelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat Maximus tekort was geschoten en dat de ontbinding terecht was. Het hof vernietigde dit oordeel, overwegende dat de overeenkomst slechts een intentie tot inhuur bevatte, geen exclusieve verplichting, en dat de brief van 29 maart 2010 geen ingebrekestelling inhield. Het hof oordeelde dat de ontbinding niet doel trof en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde het hof Maximum in de proceskosten van het hoger beroep. De zaak betreft de uitleg van commerciële contracten tussen professionele partijen, waarbij de Haviltex-maatstaf werd toegepast.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis, oordeelt dat de ontbinding niet terecht was en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.