ECLI:NL:GHSHE:2012:BX0422
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- C.W.T. Vriezen
- J.C.J. van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen wegens onvoldoende bewijs onbehoorlijk bestuur faillissement
In deze zaak staat de vraag centraal of de bestuurders van een aannemersbedrijf persoonlijk aansprakelijk zijn voor het faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling. De curator stelde dat de bestuurders het faillissement niet tijdig hebben voorkomen en aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:248 lid 2 BW Pro.
De bestuurders voerden aan dat andere oorzaken, zoals de krappe arbeidsmarkt, het uitblijven van opdrachten, wanbetaling door debiteuren en wanprestatie van onderaannemers, het faillissement hebben veroorzaakt. Het hof oordeelde dat deze oorzaken niet door de curator waren weersproken en dat zij tot de normale bedrijfsrisico’s behoren.
Het hof stelde dat onbehoorlijk bestuur meer inhoudt dan fouten of misrekeningen; het vereist onverantwoordelijk handelen met de wetenschap dat schuldeisers daardoor worden benadeeld. De curator had onvoldoende gemotiveerd waarom de genoemde oorzaken aan onbehoorlijk bestuur te wijten zouden zijn.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank Breda, wees de vorderingen van de curator af en veroordeelde de curator tot restitutie van reeds betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. De kosten van het geding werden aan de curator opgelegd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de curator af wegens onvoldoende bewijs van onbehoorlijk bestuur.