ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7324
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- E.S.G.N.A.I. van de Griend
- R.M. Peters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van openbaar ministerie in tussentijds hoger beroep tegen opheffing voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch geoordeeld over de ontvankelijkheid van het hoger beroep dat het openbaar ministerie heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Maastricht tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
De rechtbank had op 22 mei 2012 het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis toegewezen. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in bij het hof. Het hof heeft vervolgens onderzocht of dit hoger beroep ontvankelijk is op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 406 Sv Pro bepaalt in het eerste lid dat tegen tussenuitspraken in principe geen tussentijds hoger beroep openstaat. Het tweede lid maakt een uitzondering voor bepaalde beslissingen omtrent voorlopige hechtenis vanwege het ingrijpende karakter van vrijheidsontneming. Het hof oordeelt echter dat dit niet zo ver reikt dat het openbaar ministerie afzonderlijk tussentijds hoger beroep kan instellen tegen een op de terechtzitting genomen beslissing tot opheffing van voorlopige hechtenis.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Deze beslissing onderstreept de restrictieve uitleg van artikel 406 Sv Pro ten aanzien van tussentijds hoger beroep door het OM tegen beslissingen tot opheffing van voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep van het openbaar ministerie niet-ontvankelijk.