ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7795
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- T. Rothuizen-van Dijk
- M.B. Beekhoven van den Boezem
- P.M. Arnoldus-Smit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in verzekeringsgeschil over brand en vermeende brandstichting
In deze civiele zaak staat de dekking van een brandverzekering centraal na een woningbrand op 27 april 2007. De verzekerde vordert dat de verzekeraar Achmea (voorheen Interpolis) onrechtmatig heeft gehandeld door onderzoek te laten verrichten naar vermeende brandstichting en dat zij gehouden is de schade te vergoeden. Achmea betwist dit en stelt dat de brand met opzet door de verzekerde is veroorzaakt, onderbouwd met technische rapporten.
De rechtbank wees de vorderingen van de verzekerde toe, stellende dat Achmea onvoldoende heeft bewezen dat de brand met opzet is gesticht. In hoger beroep betwist Achmea deze feiten en voert zij aan dat er sprake is van merkelijke schuld of opzet van de verzekerde. Het hof overweegt dat het onderzoek door het expertisebureau rechtmatig was en dat de rapporten als bewijsmiddelen kunnen worden gebruikt, ondanks bezwaren van de verzekerde over hoor en wederhoor en privacy.
De verzekerde stelt geheugenverlies te hebben over de brandperiode en betwist de stellingen van Achmea met eigen verklaringen en een contra-expertise. Het hof oordeelt dat dit geheugenverlies voldoende aannemelijk is en dat de verzekerde daarmee voldoende betwist. Gezien de complexiteit van de zaak en de tegenstrijdige standpunten acht het hof nader deskundigenonderzoek noodzakelijk en wijst het een comparitie na aanbrengen aan, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de verdere beslissing aan en gelast nader deskundigenonderzoek in hoger beroep.