ECLI:NL:GHSHE:2012:BX8695
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- W.H.B. den Hartog Jager
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding buitengerechtelijke rechtsbijstand bij letselschade en dubbele redelijkheidstoets
In deze civiele zaak vordert een advocatenkantoor vergoeding van kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand die zij namens haar cliënte heeft verricht in verband met een verkeersongeval. De aansprakelijkheid van de verzekeraar was erkend, maar er ontstond discussie over de redelijkheid en noodzaak van de door het advocatenkantoor gemaakte kosten.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de dubbele redelijkheidstoets uit artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro, waarbij moet worden beoordeeld of de werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren en of de hoogte van de kosten redelijk is. Het hof constateert dat het advocatenkantoor onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar werkzaamheden aan deze toets voldoen. Daarbij speelt mee dat de verzekeraar al een aanzienlijk bedrag aan kosten heeft vergoed, dat de belangenbehartiging door het advocatenkantoor niet tot belangrijke vooruitgang in de schaderegeling heeft geleid, en dat het advocatenkantoor geen concrete toelichting gaf op de aard en noodzaak van de verrichte werkzaamheden.
Het hof benadrukt dat de vordering niet verenigbaar is met de eigen stellingen van het advocatenkantoor en dat de gevorderde vergoeding het reeds betaalde bedrag overschrijdt zonder voldoende onderbouwing. Daarom wordt het beroepen vonnis bekrachtigd en de vordering afgewezen. Het advocatenkantoor wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van het advocatenkantoor tot vergoeding van buitengerechtelijke rechtsbijstandskosten wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.