ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7104
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.A.M. Walsteijn
- R.R.M. de Moor
- M. van Ham
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens werkweigering nietig wegens ontbreken dringende reden
De werknemer, sinds 1999 in vaste dienst als vrachtwagenchauffeur, werd op 9 maart 2010 op staande voet ontslagen wegens onder meer werkweigering, onfatsoenlijk gedrag en herstelbelemmerende activiteiten tijdens ziekte. De werkgever stelde dat de werknemer een rit naar de Ardennen weigerde te rijden omdat de motorrem van de vrachtwagen defect was.
De werknemer betwistte de dringende reden en stelde dat de werkgever geen duidelijke werkopdracht had gegeven, mede omdat een directeur hem had gezegd dat hij de rit niet hoefde te rijden. Ook had de werkgever nagelaten een arbo-arts in te schakelen bij twijfel over de ziekte en het herstelgedrag van de werknemer.
Het hof oordeelde dat de verwijten onvoldoende waren voor een dringende reden zoals bedoeld in artikel 7:677 BW Pro. De werkweigering was niet hardnekkig omdat de opdracht onduidelijk was, en het onfatsoenlijke gedrag moest worden gezien in het kader van een verstoorde arbeidsrelatie. Het ontslag werd daarom nietig verklaard en de arbeidsovereenkomst bleef doorlopen tot de ontbinding per 1 augustus 2010.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon over de periode van 9 maart tot 1 augustus 2010, inclusief overwerkvergoeding, wettelijke verhoging en rente. De vorderingen van de werkgever in reconventie werden afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.