ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7141
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag en re-integratieverplichtingen werkgever
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever jegens de werknemer kennelijk onredelijk was. De werknemer stelde dat de werkgever tekort was geschoten in de re-integratieverplichtingen, met name tijdens twee re-integratieperiodes, en dat het ontslag daarom onredelijk was.
De werknemer werkte aanvankelijk als vrachtwagenchauffeur en werd door visusproblemen ziek gemeld. De werkgever deed meerdere voorstellen voor passend werk, waaronder werkzaamheden op een aardappelfabriek en als vrachtwagenchauffeur met een aangepast rooster, die door de werknemer werden afgewezen. Deskundigen van het UWV concludeerden dat de werknemer ongeschikt was voor zijn eigen werk en dat re-integratie binnen het bedrijf geen reële optie was.
Het hof overwoog dat de werkgever als goed werkgever voldoende inspanningen had verricht en niet tekort was geschoten in de re-integratie. De werknemer had onvoldoende onderbouwd dat het stopzetten van de re-integratie nadelige gevolgen had gehad voor zijn arbeidsmarktpositie of medische toestand ten tijde van het ontslag. Daarnaast werd meegewogen dat de werknemer op het moment van ontslag bijna 56 jaar oud was, een lange diensttijd had en een beperkte opleiding. Het ontslag werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.