ECLI:NL:GHSHE:2012:BZ1156
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- W.H.B. den Hartog Jager
- J.W.J. Huige
- O.M.J.J. van de Loo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris wegens vermeende partijdigheid
In deze zaak heeft de verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer-commissaris mr. K. van der Meijde, belast met de behandeling van strafzaken, naar aanleiding van drie getuigenverhoren op 6 februari 2012. Verzoeker stelde dat de raadsheer-commissaris hem stelselmatig beperkte en belemmerde in zijn ondervragingsrecht en dat er sprake was van een schijn van partijdigheid, mede door een amicaal gesprek tussen de raadsheer-commissaris en de getuigen buiten gehoorsafstand van verzoeker.
De advocaat-generaal en de raadsheer-commissaris zelf ontkenden de beschuldigingen en stelden dat verzoeker voldoende gelegenheid had gekregen om zijn vragen te stellen. De raadsheer-commissaris had verzoeker zelfs gewaarschuwd en uiteindelijk verwijderd vanwege wangedrag tijdens het verhoor. Het gesprek met de politieagenten betrof louter procedurele afspraken over de planning van de verhoren.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn ambt onpartijdig moet worden vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid. Uit de proces-verbalen bleek dat de raadsheer-commissaris zijn taak naar behoren had vervuld en verzoeker niet onredelijk had beperkt. Ook het gesprek met de getuigen was niet inhoudelijk maar procedureel van aard en transparant aan verzoeker meegedeeld.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris Van der Meijde wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.