ECLI:NL:GHSHE:2012:CA3890
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen op minderjarige in oppassituatie
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch inzake ontuchtige handelingen gepleegd door verdachte op een meisje dat destijds hooguit elf jaar oud was. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het aan het oordeel van het hof was onderworpen en sprak verdachte vrij van een tweede tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs.
Wettig en overtuigend bewezen verklaarde het hof dat verdachte in de periode van 4 juni 1999 tot en met 31 december 2002 in Eindhoven met het minderjarige slachtoffer buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van haar schaamstreek. Het hof oordeelde dat deze handelingen strafbaar waren en dat verdachte strafbaar was, mede gelet op zijn oppassituatie waarbij het slachtoffer zich veilig moest voelen.
Bij de straftoemeting hield het hof rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest. Het oplegde vonnis bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 75 uur en een bijzondere voorwaarde tot betaling van een schadevergoeding van € 500 aan het slachtoffer. De vordering van het slachtoffer tot verdere schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een werkstraf van 75 uur wegens ontuchtige handelingen op een minderjarig meisje.